Academische Rijkunst

Academische Rijkunst

De Academische Rijkunst is de meest oorspronkelijke en historische manier van paarden opleiden. Het ridderschap van de Academische rijkunst stelt zich ten doel de pure, oorspronkelijke Klassieke/Academische rijkunst te beoefenen, te bewaren en over te brengen. De kennis die overgedragen wordt is gebaseerd op de geschriften van grootmeesters zoals Xenophon, Guerinière, Pluvinel en Steinbrecht.

De Academische Rijkunst heeft als doel:


  • De natuurlijke talenten, krachten en vaardigheden van het paard te ontwikkelen tot het hoogst mogelijke niveau, zonder de regels van de natuur te negeren.


  • Om van balans naar het volledig ontwikkelen van de draagkracht en elasticiteit van de achterhand te komen. Het paard wordt hierdoor in staat gesteld om op de kleinste aanwijzingen van de ruiter ‘aanhoudend’ en ‘zonder dwang’ de moeilijkste oefeningen uit te voeren. Deze oefeningen zien we terug in bewegingen die het paard uit zichzelf ook zou vertonen tijdens momenten van trotsheid en opwinding.

Dit gebeurt door:

  • Het gebruik van systematische gymnastische oefeningen om het paard zijn fysieke en psychische welzijn te ontwikkelen.
  • Het gebruik van dressuur voor het paard en niet het paard voor de dressuur.
  • Het kijken naar dressuur als een kunstvorm, dat mens en paard de mogelijkheid geeft een taak in hun leven te geven die uitgevoerd kan worden met waardigheid tot op hoge leeftijd.

Paardrijden volgens de Academische rijkunst lijkt, door de naam, wellicht alleen voor chique dressuurruiters. 

Maar niets is minder waar. 

Alle paarden en pony’s, ‘groen’ en ervaren, of zelfs met een problematisch verleden, kunnen worden geschoold in de Academische rijkunst! 

Dit omdat de opleiding tot een goed rijpaard bestaat uit een langzame, weldoordachte en grondige opleiding. 

Deze opleiding bestaat uit een aantal logisch opeenvolgende stappen, die op ieder paard individueel in gaat en die ruiter en paard de mogelijkheid geeft om de rijkunst tot op hoge leeftijd te beoefenen. Door op het juiste moment in de juiste volgorde gebruik te maken van de correcte hoeveelheid gymnastische oefeningen kan het paard fysiek en mentaal goed ontwikkelen tot een sterk, soepel, wendbaar, buigzaam, verzameld paard.

De opleiding start met het werken aan de hand en longeren aan de kaptoom. Daarna wordt toegewerkt naar het rijden van alle zijgangen, (schouderbinnenwaarts, travers, renvers, appuyement) om het paard voor te bereiden op verzamelende oefeningen als de pirouettes, de galopwissel, de piaffe en de passage. 

De piaffe legt de basis voor de "hoge school": 

De levade, courbette, croupade, ballotade en uiteindelijk de capriool.


Scroll naar beneden voor meer uitleg over deze oefeningen.

'De rijkunst is bedoeld om de natuurlijke bewegingen van het paard te vervolmaken en het paard zover te brengen dat het in staat en bereid is deze bewegingen (die het paard in vrijheid uitsluitend bij emotionele opwinding zou maken) op commando van de ruiter uit te voeren.'' 


Gustav Steinbrecht

Gustav Steinbrecht

“Degenen die het verstaan met paarden om te gaan, zien er prachtig uit”.


Xenophon

Xenophon

De Klassieke/Academische ruiter


De Klassieke/Academische ruiter is een "working equitation rider who wants to be an artist".  

Hij/zij ziet rijden als een kunstvorm, een kunst van de beweging - zoals ballet. De fundering voor deze manier van rijden is een zeer goede basisopleiding.

De  Academische ruiter rijdt ontspannen en gemakkelijk met 1 hand op de kandare, het paard is heel licht en fijn in deze hand gesteld. De andere hand is vrij voor 'het werk' of een wapen. Het paard is in balans, licht in de voorhand, buigt zich in de hurken en zoekt de hand van de ruiter in een voorwaartse en iets neerwaartse tendens.

Het doel van de gymmastische opleiding in de Academische rijkunst:

Is dat de ruiter een perfecte harmonie kan bereiken met zijn/haar paard. De ruiter begeleidt hierin de heupen van het paard tussen zijn benen en de schouders van het paard tussen het leer van de teugels. De voornaamste hulp is het zwaartepunt diep in de buik van de ruiter, dat samensmelt met het paard, zoekende naar de Centaur: 

"De twee geesten moet willen wat de twee lichamen kunnen."

Een goede vorm van working equitation is te zien in Spanje. In Spanje is de rijkunst sterk toegespitst op de Doma Vaquera, de praktische gebruiksruiterij van het veehoeden.

Bij het stierenvechten is een krachtig, wendbaar en goed afgericht paard van levensbelang!

Geloof niet dat u uw paard wat kunt bijbrengen. 

Wij mensen kunnen hooguit dat eruit halen wat het paard van nature in zich draagt. En hij zal het alleen uitvoeren, als de situatie dat toelaat. We kunnen het scholen, verfijnen en oproepbaar maken, maar niet opvoeden, neerzetten en produceren. Wie Academisch wil rijden, moet zichzelf scholen en van de paarden leren. Hierbij kunnen andere academische kunstsoorten u behulpzaam zijn,  zoals:

  • het beluisteren van muziek of het bespelen van een instrument. Takt, tempo, schwung en gevoel voor ritme zijn bestanddelen die gemeenschappelijk zijn voor muziek en rijden.
  • de schilder- en beeldhouwkunst waar harmonie van de uitbeelding een wezenlijk bestanddeel is, maar ook componenten als vormgeving en evenwicht behoren hierbij.
  • dans bevat al deze bestanddelen en dans onderscheidt zich van het rijden met het feit dat alleen eigen lichaamsbeheersing nodig is. Bij het rijden komt men ook nog de beheersing van het paardenlichaam tegen.
  • Zonder filosofie was ons Academisch scholingsprogramma onvolledig, want daaruit ontstaat de geestelijke ontwikkeling:

“Rijden is levenskunst” en “Als levenskunstenaar leeft men niet langer, maar meer!”

Klassieke Rijkunst

Centaur

Garocha riding

Stierenvechten te paard

Stadia van de Klassieke/academische rijkunst:

De basis voor de verzameling is om het paard te leren in een voorwaarts-neerwaartse tendens contact te zoeken op het bit. 

Dit gebeurt op de volte in een links- of rechtsbuiging om beide zijden gelijkmatig te ontwikkelen. Zo leert het paard zijn ruiters zachte hand te volgen en te ontspannen. Het achterbeen kan mooi ondertreden en de buikspieren worden zo aangespannen waardoor het paard de ruiter kan dragen en vrijer uit het schouder kan komen. Dit is de eerste stap in het rechtrichten de zogenoemde Lateroflexie, Voorwaartsneerwaarts, Ondertreden (LVO).

Zodra het paard dit begint te begrijpen en de ruiter op de juiste manier denkt, is het tijd om de focus op de achterhand te leggen.

 Dit begint met de schouderbinnenwaarts.

Schouderbinnenwaarts

  • In de schouderbinnenwaarts leert het paard:
  • met het binnen achterbeen naar het zwaartepunt te stappen.
  • om zijn gewicht te dragen op het binnenachterbeen en zijn buitenschouder te liften.
  • de schouders door de teugels geleid worden en dat het zijn ribbenkast onder invloed van de binnenzitbeen knobbel en het binnen bovenbeen  meer naar buiten moet roteren.

Travers

  • De oefening travers wordt gebruikt om het paard te leren om zijn gewicht te dragen op het buitenachterbeen. 
  • Door deze oefening leert het paard de hulp van wijken voor het buitenbeen van de ruiter terwijl het om het binnenbeen gebogen blijft.

Met de schouderbinnenwaarts en de travers, kan de ruiter de 4  verschillende achterbenen trainen:

• Het rechter achterbeen als binnenbeen

• Het rechter achterbeen als buitenbeen

• Het linker achterbeen als binnenbeen

• Het linker achterbeen als buitenbeen

Renvers

De oefening renvers volgt na de travers en is een afgeleide hiervan. De muur is in dit geval aan de andere kant. Deze oefening geeft de ruiter de mogelijkheid om de uitvoering van de achterbenen en dus de ware vrijheid van de schouder van het paard te controleren doordat de schouders vrij van de wand zijn en het paard hier geen steun op kan zoeken.

Schouderbinnenwaarts

Travers

Renvers

Appuyement

Deze oefening is ook een afgeleide van de travers. Het paard beweegt zich nu over de diagonaal in travers.

Pirouette

De Pirouette is hetzelfde als een travers op een kleine cirkel. In de schoolgalop ( deze galop heeft een 4 takt i.p.v. een 3 takt doordat de schouders meer geheven worden) is het paard ontzettend wendbaar. 

Hierin worden de pirouettes en ook de wissels gereden.

Piaffe

Wanneer beide achterbenen even sterk zijn vragen we het paard gewicht op te nemen op beide achterbenen resulterend in de piaffe.

De piaffe is een sleutel in de verdere rijkunstige ontwikkeling van het paard. 

Uit de piaffe ontwikkelen we de levade. 

Wanneer we de draagkracht van het paard volledig hebben ontwikkeld kunnen we de stuwkracht weer gaan toevoegen en ook beheersen, resulterend in de passage.

Passage

De passage is de ontwikkeling van Schwung van de rug en van de capaciteit stuwkracht naar beneden (in de grond) te richten zonder verlies van draagkracht. Door deze combinatie ontstaat de majestueuze verhevenheid van de passage.

Het is belangrijk dat het paard ontspannen en ligt in de aanleuning blijft. Het paard moet zichzelf dragen- niet leunen op de hand van de ruiter, anders is de stuwkracht tegen de hand gericht en de passage niet correct!

Appuyement

pirouette

Piaffe

Passage

Levade

De schoolsprongen zijn de kroon of het hoogtepunt van de Academische rijkunst. De levade vertegenwoordigt de maximale ontwikkeling van de draagkracht. Het paard heeft in deze oefening 100% gewicht op beide achterbenen. Deze hebben dezelfde draagkracht en buiging van de gewrichten en de voorhand is zo laag mogelijk.


Terre à Terre

In de terre à terre plaatst het paard de voorbenen gelijktijdig op de grond en springt dan met beide achterbenen tegelijk er achteraan, vervolgens komen beide voorbenen weer naar voren en daarna weer beide achterbenen.


Sprongen boven de aarde:

Courbette

In de courbette blijven de voorbenen in de lucht terwijl het paard een of meer stappen vooruit springt met de achterbenen.


Croupade

In de croupade houdt het paard het front in de lucht, maakt een horizontale sprong en trekt de achterbenen in de lucht onder de buik .


Ballotade

De ballotade ziet eruit als een croupade maar de achterbenen worden niet onder de buik getrokken maar zo gehouden alsof het paard naar achteren uit zou slaan.

Levade

Terre à Terre

Courbette

Croupade

Ballotade

Capriool

De capriool is een sprong in de lucht met alle vier de benen, waarbij de achterbenen sterk achteruit slaan.


Door doelmatige oefeningen kunnen de natuurlijke talenten verbeteren en vermeerderen. 

De klasssieke/academische rijkunst wil het paard tot een goed gebruikspaard ontwikkelen, zodat hij ons ook in het bos, op de weg, aan het strand, op een goede manier kan bewegen en in principe dezelfde oefeningen kan laten zien als in de rijbaan.


De Academisch Rijkunstige Opleiding is schematisch weer te geven in de volgende stappen:

1. Het jonge paard voorbereiden

2. Loswerken & zadelmak maken

3. Grondwerk

4. Longeren

5. Ruitermak maken

6. Inrijden: voltes

7. Inrijden: rechte lijnen met buiging

8. Schouderbinnenwaarts

9. Travers

10. Renvers

11. Appuyeren

12. Zijgangen op de volte

13. Pirouettes

14. Galopwissel

15. Piaffe

16. Passage

17. Levade

18. Terre a terre

19. Courbette

20. Sprongen boven de aarde

Delen van de tekst zijn afkomstig van: www.knighthoodoftheacademicartofriding.eu

Capriool