Page content

Rechtrichten Hoe?


Gymnastiseren

Het daadwerkelijke Rechtrichten in de praktijk bestaat uit rechtrichtende buigingsarbeid. Via rechtrichtende buigingsarbeid komt het paard uiteindelijk recht (lees ''symmetrisch") in lichaam en beweging. Onder rechtrichtende buigingsarbeid vallen diverse oefeningen als voltes rijden, slangenvoltes, schoudervoor, schouderbinnenwaarts, travers, renvers en appuyeren.

Rechtrichtende buigingsarbeid

De zijgangen zijn geen doel op zich. Het is rechtrichtende buigingsarbeid dat een een middel is die leidt tot het doel: een soepel, buigzaam en wendbaar en bovenal rechtgericht paard dat symmetrisch is ontwikkeld in lijf en ledematen. De rechtrichtende buigingsoefeningen geven weer ''hoe'' u het paard kunt rechtrichten.

De volte is de eerste oefening van het rechtrichten. Daarmee worden de drie eerste tredes van het rechtrichten gerealiseerd:

1. Lengtebuiging

De eerste stap is het paard gelijkmatig te laten inbuigen naar links en naar rechts. Met lengtebuiging wordt bedoeld de zoveel mogelijk gelijkmatige en doorgaande zijdelingse welving in de wervelkolom van de 1e halswervel tot de laatste staartwervel.De volte is hier een goede oefening voor. Door de korte spieren te rekken en de lange spieren te laten aanspannen, kan het paard op beide zijdes de juiste lengtebuiging aannemen en de volte kogelrond lopen.

2. Ondertreden

Als het paard zich correct laat inbuigen, komt de binnenheup van het paard naar voren, zodat het binnenbeen onder de massa cq het zwaartepunt geplaatst wordt.Bij correcte buiging komen de binnenbenen dichter naar elkaar toe en de buitenkant van het paard rekt en strekt zich, de binnenkant spant zich aan

3. Voorwaarts neerwaarts

Door het stretchen van de buitenkant van het lichaam, wordt de rugspier aan die kant lang. Een lange rugspier kan het hoofd niet omhoog houden, waardoor het paard zijn hals als het ware laat ''vallen''.Als het paard zijn rug los laat, kan het paard zijn zijn hals voorwaart neerwaarts laten zakken.

4. Buiging binnenachterbeen

De belangrijkste oefening van de rechtrichtende buigingsarbeid is de schouderbinnenwaarts. Zorgt de volte voor buiging in het lichaam, de schouderbinnenwaarts zorgt voor de buiging van de ledematen.Bij de schouderbinnenwaarts wordt het binnenachterbeen van het paard meer belast, waardoor dit achterbeen buigzaam wordt gemaakt.Klik hier voor uitgebreide informatie over schouderbinnenwaarts.

5. Buiging buitenachterbeen

Travers is de andere belangrijke hoeksteen van de dressuur. Deze oefening zorgt ervoor dat de afzet/stuwkracht van het buitenachterbeen verminderd wordt en dit achtereenbeen meer tot dragen gebracht wordt.Het buitenachterbeen komt in deze oefening onder de massa, waardoor dit been buigzaam wordt gemaakt. Klik hier voor uitgebreide informatie over de travers.

De renvers, het appuyeren en (werk)pirouettes zijn van de travers afgeleid en vallen ook onder de rechtrichtende buigingsarbeid.

6. Buiging beide achterbenen

Als het paard geleerd heeft zijn lichaam te buigen, daarna zijn binnenachterbeen te buigen met de schouderbinnenwaarts en vervolgens zijn buitenachterbeen middels de travers, dan kan het paard gevraagd worden beide achterbenen gelijk te buigen via de piaffe.Het rechtrichten is dus geen doel op zich maar bereid het paard voor op de verzameling en oprichting.

RECHTRICHTEN EN RECHT RIJDEN

Rechtrichten is niet hetzelfde als recht rijden. Rechtrichten is het richten van de voorhand t.o.v. de achterhand om het paard symmetrisch te ontwikkelen.De voorhand is van nature smaller dan de achterhand en het paard loopt van nature met zijn voorhand enigzins scheef geplaatst t.o.v. de achterhand.Door de schouders correct t.o.v. de achterhand te richten (bv. via schouderbinnenwaarts) en de achterhand t.o.v. de voorhand (bv. via travers) wordt het paard recht gericht.Het eindresultaat van jarenlang rechtrichten is een paard dat kaarsrecht over de AC-lijn kan lopen.

Plaatje is uit het boek Paard Rijkunst van Hajas / Flandorfer ISBN 90 240 0581 7